Florian Lüthi vertelt
Florian Lüthi werkt sinds 2018 bij GGZ InGeest. Momenteel is hij, na een intern traject, verpleegkundig specialist (vs) en werkt hij bij het FACT Rivierenbuurt/De Pijp. Eigenlijk had Florian de ggz helemaal niet op zijn radar toen hij een richting zocht tijdens zijn opleiding tot verpleegkundige, vertelt hij. “De beoordelaar van de opleiding opperde dat de ggz misschien iets voor me zou zijn. Ik deed een inkijkstage en ik vond het meteen heel leuk.”
“Ik probeer altijd op ooghoogte te blijven bij cliënten”
Het werken in de ggz biedt hem de kans om met een cliënt aan diens herstel te werken. “Het contact met de cliënt staat op de voorgrond. Je biedt nabijheid en staat op dezelfde ooghoogte met iemand.” Ook het feit dat het vakgebied veel verschillende mogelijkheden te bieden heeft, spreekt hem nog altijd aan. “Van cognitieve gedragstherapie tot schematherapie, en echt de lead nemen in die behandelingen. In dat opzicht is de ggz echt uniek. Je kan iemand zo veel handvatten geven en ondertussen jezelf ook ontwikkelen. Ik vind het ook heel interessant om te werken met mensen die uit alle lagen van de bevolking komen.”
Op ooghoogte blijven
In zijn jaren in het werkveld, werkte Florian met een heleboel interessante cliënten. Een van hen zit nog wel eens in zijn hoofd, vertelt hij. “Het was iemand die somatische problemen heeft gekregen na een ongeluk. Na verloop van tijd ontwikkelde hij een psychose, waardoor hij zich erg bedreigd voelde. Hij werd een zorgmijder en was daardoor ook niet altijd vriendelijk tegen ons.” Zijn opname bood hem de stabiliteit die hij nodig had.
De opname en de medicatie hielpen. “Achteraf zei hij het gewaardeerd te hebben dat we altijd bleven proberen om op ooghoogte te blijven met hem. Ondanks zijn gedrag op sommige momenten. We hebben altijd geprobeerd om geen gedwongen zorg toe te passen en schaalden meteen af wanneer dit kon.”
Nu gaat het weer veel beter met de cliënt. “Het ging echt heel slecht met hem, nu staat hij weer redelijk op eigen benen. Dat contrast is heel groot. Van iedereen afstoten tot je leven weer oppakken. Weer contact hebben met familie en vrienden. Dat is waar ik dit werk voor doe, om te helpen iemand er weer bovenop te krijgen.”
Ook als de vooruitgang klein is, langzaam gaat, of niet gezien wordt door de cliënt, is de nabijheid al een grote verandering. “Het helpt ook om met collega’s dingen in perspectief te zetten. Ik ben het grootste deel van mijn werkleven bezig geweest met cliënten met ernstige psychische aandoeningen. Er is een groep die daar last van heeft, maar dit is niet het gros van de mensen. Het helpt om dat soms even uit te spreken tegen elkaar.”
Sparringspartners zijn
De relatie die je op zo’n moment hebt met een cliënt, kan heel bijzonder zijn. “We zijn soms ook sparringspartners van elkaar. Wij kunnen als de professionals wel ideeën hebben over behandelingen, wat wel en niet toe te passen, maar uiteindelijk moet je het met de cliënt uitzoeken. En er zijn natuurlijk mensen die in de war zijn, waarbij dit niet kan. In algemene zin kijk je altijd met elkaar waar je kan samenkomen, waar de gezamenlijke waarden liggen die we kunnen nastreven en hoe we opname kunnen voorkomen. Dat is de leukste en belangrijkste uitdaging. En dat geeft mij zingeving.”
Soms is de vooruitgang van een cliënt ook veel minder groots, en gaat het om kleine stapjes in het herstel. “Het draait altijd om het vinden van aansluiting bij iemand. Die gezamenlijke basis creëren en iemand verder helpen in het herstel. Dat is altijd mooi.”